Jurisprudentie: Spoor 1 of toch 2e spoor re-integratie?

Wat is er aan de hand?

Een medewerker bij een rechtbank is aangesteld als senior administratief medewerker. In september 2015 meldt deze medewerker zich ziek. Twee jaar later dient zij een WIA-aanvraag in bij het UWV. Het UWV voert voordat ze de WIA-aanvraag in behandeling neemt eerst een RIV-toets uit. Hierin komt de volgende vraag naar voren: heeft de werkgever voldoende re-integratieactiviteiten uitgevoerd? Het UWV is van mening dat dit niet het geval is en legt de werkgever een loonsanctie op. Waarom? Volgens het UWV heeft de werkgever niet alle mogelijkheden van het eerste spoor onderzocht.

De werkgever en het UWV nemen een ander standpunt in. De werkgever vindt dat er in het kader van het eerste spoor slechts onderzocht hoefde te worden of de medewerker kon terugkeren in zijn eigen (al dan niet aangepaste) functie en/of in een andere passende functie binnen de rechtbank. Het UWV daarentegen vindt dat er breder gekeken had moeten worden. Het gehele Ministerie van Justitie en Veiligheid zou als eerste spoor re-integratie moeten zijn aangemerkt, niet alleen de rechtbank.

Hoe behandelt de Raad deze zaak?

Om antwoord te geven op de vraag of spoor 1 het gehele Ministerie van Justitie en Veiligheid omvat, kijkt de CRvB (Raad) naar de ‘Beleidsregels beoordelingskader poortwachter’ en invulling van de artikelen 25 en 65 van de Wet WIA. Daarnaast is de Werkwijzer Poortwachter ernaast gelegd. Met deze werkwijzer geeft het UWV werkgevers duidelijkheid over wat er van een werkgever wordt verwacht bij de re-integratie van een werknemer.

Wat oordeelt de Raad?

De Raad buigt mee met de werkgever. Volgens de Raad is er in het geval van de rechtbank sprake van een min of meer zelfstandige organisatie. De lokale rechtbank kan daarmee gezien worden als een volledig ‘eerste spoor’. Ze ontkrachten het argument van het UWV; het volledige Ministerie van Justitie en Veiligheid valt niet binnen de scope van spoor 1. De Raad geeft hiervoor de volgende redenen:

  • Een rechtbank functioneert binnen de organisatie van de Rechtspraak in overwegende mate als zelfstandig organisatieonderdeel.
  • Elke rechtbank heeft een eigen begroting met bijbehorend jaarplan, beschikt over een eigen afdeling personeelszaken en voert een eigen vacature- en aannamebeleid. Ook naar buiten toe zijn rechtbanken als zelfstandige onderdelen binnen de Rechtspraak herkenbaar.
  • Rechtbanken, en ook de Rechtspraak als geheel, maken organiek voorts geen onderdeel uit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, ook al wordt de salarisbetaling van de medewerkers van de rechtbanken door het Ministerie verzorgd.

De rechtbank hoeft dus geen loonsanctie te betalen?

Los van de bovenstaande uitspraak van de Raad, helpt het oordeel van de Raad de rechtbank niet in het kwijtschelden van de loonsanctie. De Raad is van mening dat de rechtbank ten onrechte geen spoor 2 traject heeft ingezet. Hiermee is de loonsanctie alsnog terecht opgelegd.

Belang van deze uitspraak voor grote werkgevers

De uitspraak van de Raad geeft een mooi beeld van de reikwijdte van spoor 1. Voor grote werkgevers is het van belang om er bewust van te zijn dat er niet altijd sprake hoeft te zijn van een zeer omvangrijke re-integratieverplichting in spoor 1. Dit geldt, mits een organisatie zich naar buiten toe min of meer als zelfstandige organisatie presenteert en een grote mate van zelfstandigheid van een organisatieonderdeel kan worden aangetoond. Dat kan namelijk het verschil maken tussen het wel of niet adequaat onderzoeken/afsluiten van spoor 1.

Vanzelfsprekend geldt ook in dat geval, dat als er binnen spoor 1 geen re-integratiemogelijkheden zijn, alsnog buiten de eigen organisatie moet worden onderzocht of er re-integratiemogelijkheden zijn voor de zieke werknemer; een zogeheten spoor 2 traject.

Bron: maok.nl

Meer nieuwsberichten

Prinsjesdag: wat zijn de plannen voor 2023?

Prinsjesdag, de 3e dinsdag in september waarop het Kabinet de nieuwe plannen voor het komend jaar bekend maakt. De minister van Financiën bood gisteren de Miljoenennota en Rijksbegroting 2023 aan de Tweede Kamer aan. Daarin staan ook de plannen op het gebied van sociale zekerheid voor 2023. We hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet. Wat betekenen deze voor onze sectoren?

Besluit gedifferentieerde premie werkhervattingskas 2023

Het Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2023 is op 1-9-2022 gepubliceerd in de Staatscourant en treedt per 1-1-2023 in werking.

Nieuwe versie ‘Werkwijzer Poortwachter’ gepubliceerd

UWV heeft de geactualiseerde Werkwijzer Poortwachter van 1-8-2022 gepubliceerd. De Werkwijzer gaat in op het re-integratietraject van de zieke werknemer.

Maatregelen snellere WIA-beoordeling

De wachtlijsten bij UWV voor sociaal-medische beoordelingen lopen hard op. Op dit moment moeten mensen gemiddeld 18 weken op een eerste beoordeling wachten. Wettelijk staat hier 8 weken voor. Dit is onaanvaardbaar lang. Mensen houden weliswaar een inkomen tijdens de wachttijd, maar het geeft veel onzekerheid. Daarnaast weten ook de werkgevers niet waar zij aan toe zijn als een medewerker ziek is. Minister Van Gennip neemt daarom op korte termijn een aantal tijdelijke maatregelen die de wachttijd inkorten.

Minimumloon voor het eerst extra verhoogd

Het kabinet wil werken lonender maken en voert voor het eerst sinds de invoering in 1969 een extra verhoging door van het minimumloon. De verhoging van het minimumloon gaat volgend jaar in en gebeurt in 3 stappen. Dat betekent dat het minimumloon in 2023 met 2,5% stijgt.

ABP-pensioenen verhoogd met 2,39%

ABP heeft besloten om de pensioenen per 1 juli te verhogen met 2,39%. Dit percentage is de prijsstijging in de periode van september 2020 tot september 2021. Eind dit jaar kijkt ABP of ze de pensioenen in 2023 ook kan verhogen. De hoogte van de pensioenpremie wijzigt tussentijds niet. In het najaar beslist ABP over de premie voor 2023.