Wettelijke transitievergoeding voor ontslagen docent Bewegingsleer definitief

Het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat een hogeschool in het zuiden van het land aan een ontslagen docent bewegingsleer de wettelijke transitievergoeding moet betalen blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad op 24 juni geoordeeld.

De zaak

Deze zaak gaat over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst van een docent Bewegingsleer wegens grensoverschrijdend gedrag tegenover studentes van de hogeschool en de vraag of daarbij de wettelijke transitievergoeding moet worden betaald. De zaak is voor de 2e keer voorgelegd aan de Hoge Raad. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben geoordeeld dat het ontslag terecht is.

Vervolgens was de vraag of de wettelijke transitievergoeding betaald moet worden. Het eerste hof, het gerechtshof in Den Bosch, oordeelde dat het gedrag van de docent verwijtbaar was maar niet ‘ernstig’ verwijtbaar en kende de transitievergoeding toe. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak door een onvoldoende begrijpelijke motivering en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ook volgens dit hof heeft de docent verwijtbaar gehandeld, maar is in zijn arbeidsverhouding met de hogeschool geen sprake van ernstige verwijtbaarheid. Daarbij is volgens het hof de rol van de hogeschool als werkgever van belang. De Hogeschool had de docent beter moeten begeleiden en zijn lessen moeten monitoren, juist gezien de meldingen van grensoverschrijdend gedrag en het feit dat de docent massage- en bewegingslessen gaf en dat hij bij de hogeschool het signaal had afgegeven dat hij didactisch al was veranderd, dat hij op zijn tenen liep, dat hij zich onveilig voelde en niet meer wist hoe hij moest lesgeven. Daarom is de hogeschool volgens het hof aan de docent de wettelijke transitievergoeding verschuldigd. Tegen deze uitspraak heeft de hogeschool beroep in cassatie ingesteld.

Cassatie

In cassatie heeft de hogeschool bepleit dat het oordeel van het hof moet worden vernietigd. Volgens de hogeschool geldt als uitgangspunt dat het gedrag van de docent in de arbeidsverhouding met de hogeschool ernstig verwijtbaar handelen in de zin van de wet is. Als dit ernstig verwijtbare handelen de reden is voor het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, is de werkgever niet de wettelijke transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt in lijn met zijn eerdere uitspraken dat terughoudend moet worden omgegaan met het ontzeggen aan een werknemer van het recht op transitievergoeding door ernstige verwijtbaarheid. Gezien de bescherming die een werknemer tegenover zijn werkgever toekomt, kan de werknemer zijn recht op een transitievergoeding alleen kwijtraken in uitzonderlijke gevallen. Hiervan is sprake als duidelijk is dat het handelen of nalaten van de werknemer in de arbeidsverhouding met de werkgever niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt.

Bij de beoordeling of hiervan sprake is, moeten alle omstandigheden worden betrokken voor zover deze van invloed zijn op de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werknemer ten opzichte van de werkgever. Bij die omstandigheden moet ook het handelen of nalaten van de werkgever zelf worden betrokken, zoals het hof in dit geval terecht heeft gedaan. Het door de hogeschool bepleite uitgangspunt is daarom volgens de Hoge Raad onjuist. Dat uitgangspunt past namelijk niet bij de benadering waarin alle relevante omstandigheden worden meegenomen, waaronder ook het handelen of nalaten van de werkgever. Want dat zou er dan op neerkomen dat de rechter verplicht zou zijn om – zonder de relevante omstandigheden erbij te betrekken – vooraf aan te nemen dat een werknemer – door het gedrag waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt tegenover zijn werkgever – een ernstig verwijt treft. En dat dan een transitievergoeding achterwege kan blijven.

Het door de hogeschool bepleite uitgangspunt doet ook onvoldoende recht aan de verantwoordelijkheid van een werkgever om:

  • grensoverschrijdend gedrag in zijn organisatie zo veel mogelijk te voorkomen en
  • bij signalen van grensoverschrijdend gedrag daartegen op te treden.

Met het oordeel van de Hoge Raad is de door de hogeschool te betalen wettelijke transitievergoeding aan de ontslagen docent definitief.

Bron: ECLI:NL:HR:2022:950

Meer nieuwsberichten

Prinsjesdag: wat zijn de plannen voor 2023?

Prinsjesdag, de 3e dinsdag in september waarop het Kabinet de nieuwe plannen voor het komend jaar bekend maakt. De minister van Financiën bood gisteren de Miljoenennota en Rijksbegroting 2023 aan de Tweede Kamer aan. Daarin staan ook de plannen op het gebied van sociale zekerheid voor 2023. We hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet. Wat betekenen deze voor onze sectoren?

Besluit gedifferentieerde premie werkhervattingskas 2023

Het Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2023 is op 1-9-2022 gepubliceerd in de Staatscourant en treedt per 1-1-2023 in werking.

Nieuwe versie ‘Werkwijzer Poortwachter’ gepubliceerd

UWV heeft de geactualiseerde Werkwijzer Poortwachter van 1-8-2022 gepubliceerd. De Werkwijzer gaat in op het re-integratietraject van de zieke werknemer.

Maatregelen snellere WIA-beoordeling

De wachtlijsten bij UWV voor sociaal-medische beoordelingen lopen hard op. Op dit moment moeten mensen gemiddeld 18 weken op een eerste beoordeling wachten. Wettelijk staat hier 8 weken voor. Dit is onaanvaardbaar lang. Mensen houden weliswaar een inkomen tijdens de wachttijd, maar het geeft veel onzekerheid. Daarnaast weten ook de werkgevers niet waar zij aan toe zijn als een medewerker ziek is. Minister Van Gennip neemt daarom op korte termijn een aantal tijdelijke maatregelen die de wachttijd inkorten.

Minimumloon voor het eerst extra verhoogd

Het kabinet wil werken lonender maken en voert voor het eerst sinds de invoering in 1969 een extra verhoging door van het minimumloon. De verhoging van het minimumloon gaat volgend jaar in en gebeurt in 3 stappen. Dat betekent dat het minimumloon in 2023 met 2,5% stijgt.

ABP-pensioenen verhoogd met 2,39%

ABP heeft besloten om de pensioenen per 1 juli te verhogen met 2,39%. Dit percentage is de prijsstijging in de periode van september 2020 tot september 2021. Eind dit jaar kijkt ABP of ze de pensioenen in 2023 ook kan verhogen. De hoogte van de pensioenpremie wijzigt tussentijds niet. In het najaar beslist ABP over de premie voor 2023.